Geplaatst in Algemeen

Help mijn (stamrecht) BV moet uitkeren….

U heeft de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en moet uitkeren of u wilt simpelweg een uitkering uit de BV ontvangen. Er zijn dan 3 mogelijkheden, te weten:

  • Periodieke uitkering voor AOW-gerechtige leeftijd
  • (Gedeeltelijke) afkoop voor AOW gerechtigde leeftijd
  • Periodieke uitkering na AOW gerechtigde leeftijd

Wat zijn de verschillen?

Bij de eerste optie, een periodieke uitkering, heb je het nadeel van een actuariële berekening, je bent zeer beperkt in de flexibiliteit van je uitkeringen en in bijna alle gevallen een belaste vrijval in het eerste jaar met als gevolg dat de BV  vennootschapsbelasting verschuldigd is. Gedeeltelijke afkoop heeft als voordeel dat je geen actuariële berekening nodig hebt en je bent erg flexibel. Bij de uitkering na AOW gerechtigde leeftijd heb je weer wel een actuariële berekening nodig. Hier heb je alleen wel wat meer vrijheid met de uitkering. Bij alle drie de gevallen moeten we een salarisadministratie opstarten en overeenkomsten opstellen.

Nadelen uitkering t.o.v. gedeeltelijke afkoop:

  • actuariële berekening
  • nauwelijks flexibiliteit
  • vennootschapsbelasting verschuldigd

Kortom: als u wilt uitkeren zou ik u een gedeeltelijk afkoop zeer aanraden. Laten doen? Bel of mail ons op 06-50801487 en rogier@kemmelot.nl

Tot zover mijn kortste blog ooit….. 🙂

Geplaatst in Algemeen

UBO: Ultimate Beneficial Owner

Het Nederlandse UBO-register gaat op 27 september 2020 open. Ondernemingen en organisaties die in het Handelsregister staan hebben na die datum 18 maanden de tijd om een belanghebbende (de UBO) in te schrijven.

UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner, ofwel uiteindelijk belanghebbende van een organisatie. Dit zijn de personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over een organisatie. Denk aan personen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv. Of personen die meer dan 25% direct of indirect eigendomsbelang hebben in een vof of maatschap.

Door het registreren van UBO-gegevens van onder meer bv’s en stichtingen hopen opsporingsdiensten witwassen beter aan te kunnen pakken. Dankzij het UBO-register moet namelijk snel duidelijk zijn wie er achter de schermen aan de touwtjes trekt.

Wanneer ben je een UBO?

  • Natuurlijke personen die meer dan 25% houden van de aandelen, stemrechten of het eigendomsbelang in een bv. Dit percentage geldt zowel voor directe als voor indirecte belangen. Dus ook als iemand via een STAK boven deze grens uitkomt.
  • Natuurlijke personen die op een andere manier eigenaar zijn of zeggenschap hebben. Bijvoorbeeld iemand die het recht heeft om de meerderheid van de bestuursleden te benoemen of te ontslaan.
  • Levert dit geen UBO op, dan komt het hoger leidinggevend personeel in beeld. Dat is in dit geval de statutair bestuurder.

Het UBO-register is onderdeel van een Europese richtlijn, en Nederland is laat met het omzetten daarvan in nationale regelgeving. De Europese Commissie heeft Nederland daarom inmiddels voor het Europese Hof van Justitie gedaagd en het hof gevraagd om financiële sancties op te leggen.

UBO inschrijven privacy

Het UBO-register wordt onderdeel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het opgeven van een UBO wordt straks ook verplicht voor nieuw opgerichte ondernemingen en organisaties die zich komen inschrijven. Ondernemingen die al in het Handelsregister staan krijgen 18 maanden de tijd om een UBO in te schrijven. Zij zijn er zelf verantwoordelijk voor dat de gegevens blijven kloppen.

Geplaatst in Algemeen

Stamrecht BV ‘onder water’

Onder water

‘Onder water’ is een populaire benaming als de waarde van een bezitting lager is dan de lening waarmee het is gefinancierd. Bij een stamrecht bv is hier weliswaar geen sprake van maar het kan wel zo zijn dat het rendement in de BV niet voldoende is om de afspraken overeen gekomen in de stamrechtovereenkomst na te komen

Afspraken niet haalbaar door lage rente

Doordat met de uitkeringsgerechtigde afspraken zijn gemaakt moet de Stamrecht BV een rendement op haar vermogen maken om genoeg op te bouwen om aan de uitkeringsverplichting te kunnen voldoen. Echter, veel BV’s halen deze rendementen in de huidige markt niet. De meeste BV’s zijn een rendement overeengekomen welke gelijk is aan het U-rendement. Dat varieerde na 2005 tussen de 5% en 1%. Als je een rendement hebt afgesproken van 3% dan is dat zonder een risicovolle belegging nauwelijks te halen.

Niet bijstorten

BV’s die minder opbrengst realiseren met hun belegging dan de rendement afgesproken ‘groei’ maken verlies. Gevolg daarvan is dat er een negatieve winstreserve (kort gezegd: verschil tussen bezittingen en schulden) ontstaat. Een negatieve winstreserve heeft geen gevolgen, anders dan dat de BV niet haar gehele uitkeringsverplichting kan voldoen.

Dit is geen probleem: de BV hoeft alleen belasting te betalen over de daadwerkelijk gedane uitkeringen. Dus, het feitelijk opgebouwde vermogen is leidend. Van bijstorting van het ontstane tekort vanuit privévermogen is niet nodig. Dit is slechts anders bij onbehoorlijk bestuur of mismanagement. Hier is sprake van als de BV onredelijk hoge risico’s zou nemen welke niet het doel van de BV – het uitkeren van een pensioenvoorziening – rechtvaardigen.

Voorkomen ‘onder water staan’

Optie 1

Om het ‘onder water staan’ te voorkomen, kan het nodig zijn dat de B.V. het rendement op haar bezittingen dient te verhogen. Hier zijn diverse mogelijkheden voor. Zo kunt u gaan beleggen in aandelen en/of obligaties of onroerende zaken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanschaf van een studentenwoning). Dit moet u uiteraard wel passen en de beleggingshorizon moet nog voldoende lang zijn. Een andere optie is het verstrekken van een lening aan uzelf als eigenaar van de BV om daarmee bijvoorbeeld een gedeelte van een bancaire hypotheek af te lossen. Dit kan veelal tegen betere voorwaarden dan de lopende voorwaarden waardoor dit een interessante optie kan zijn. Immers de geldverstrekker is uw BV en rentebetalingen aan de geldverstrekker zijn dus inkomsten van uw BV!

Optie 2

Het is ook mogelijk de afspraken in de stamrechtovereenkomst te wijzigen. Dit kan door de overeengekomen oprenting naar beneden bij te stellen door het vaste percentage van veelal 4% of de oprenting conform vast u-rendement te wijzigen. Hier is echter wel een goedkeuring van de belastingdienst voor nodig.

Geplaatst in Algemeen

De Actuariële berekening

Als u de BV laat uitkeren dient daar natuurlijk een berekening aan ten grondslag te liggen. Als u € 50.000 in uw BV heeft en u wilt een uitkering van € 5000 per maand gedurende 3 jaar dan gaat dat niet goed komen. Normaal gesproken is uw bv na 10 maanden gewoon ‘leeg’. Maar daarvoor heeft u geen actuariële berekening nodig. Dan kunt u ook wel op uw rekenmachine uitrekenen. De reden dat deze moet worden gemaakt is vanwege de regelgeving omtrent uitkeringen uit bv’s.

1%-sterftekansregel

Allereerst is er de 1%-sterftekansregel. In de periode dat u de uitkering uit de BV doet moet er statistisch een sterftekans aanwezig zijn. Deze regel leidt nog wel eens tot misverstanden. Het is niets persoonlijks en heeft niets met uw gezondheid te maken. Statistisch staat gewoon vast – althans dat wordt om de 4 jaar bijgesteld – wat de sterftekans is gedurende een bepaalde periode. Zo is deze van uw 10de tot uw 15de levensjaar zeer gering, bij lange na nog geen 1% maar mocht u ooit 95 jaar oud worden dan is de statistisch gezien waarschijnlijk de kans vrij groot dat u komt te overlijden binnen 5 jaar.

Welnu, de periode waarin u de stamrecht bv laat uitkeren moet deze kans minimaal 1% zijn. Dat betekent dat hoe jonger u bent hoe korter deze periode is en vica versa.

Rekenrente

Een nadere reden voor een AB is de rekenrente. Deze moet minimaal 4% zijn. Als u uit laat keren blijft er steeds een bedrag over in de BV. Dit bedrag kan op een bankrekening staan, of een gedeelte kan nog steeds belegd zijn. Hoe dan ook, de overheid gaat er van uit dat u er in ieder geval enig rendement op haalt. Hiervoor heeft men de rekenrente ingesteld. Met andere woorden voor datgene wat (nog) niet is uitgekeerd wordt u geacht 4% rendement te halen. Maar niet getreurd, als u dit rendement niet haalt – en laten we eerlijk zijn zonder aanzienlijk risico te lopen is dit geenszins mogelijk – wordt u er ook niet over aangeslagen. Hieronder een voorbeeld van een AB van een klant van mij:

Screenshot 2020-06-05 at 13.34.10

Deze meneer wilde een tijdelijk uitkering gedurende 3 jaar. Omdat waarde in de stamrecht bv hoger was wordt de contante waarde van de uitkeringen berekend. In dit voorbeeld is dit € 35.713. Echter omdat deze in 3 jaar aan de BV onttrokken wordt ook de contante waarde van de uitkeringen aan het einde van ieder kalenderjaar berekend.

Oprenting stamrechtkapitaal

Zodoende kan namelijk een juiste berekening worden gemaakt van de oprenting van het overige stamrechtkapitaal. Onderaan ziet u deze waardes. Omdat het stamrechtkapitaal in dit voorbeeld zoals u ziet opgerent dient te worden met 1,71% – dit percentage vindt u in u stamrechtovereenkomst – dient de boekhouder te weten welk bedrag er boekhoudkundig moet worden verrekend met in acht neming van de gedane uitkeringen.

Aanvullende stamrechtovereenkomst

Omdat in dit geval de uitkeringen niet als zodanig zijn opgenomen in de stamrechtovereenkomst moet hier ook een aanvullende stamrechtovereenkomst worden opgemaakt. Dit komt omdat in een reguliere stamrechtovereenkomst normaal gesproken alleen een recht op uitkeringen is opgenomen vanaf AOW-gerechtigde leeftijd (of sterker nog pensioengerechtigde leeftijd). Een gedeelte hiervan ziet u hieronder:

Screenshot 2020-06-05 at 13.54.44

Deze zaken zijn overigens niet voor uzelf. Bij controle van de belastingdienst dient u al deze bescheiden te overleggen. Ik zeg dit omdat we nog wel eens mensen tegenkomen die in de veronderstelling zijn dat je een stamrecht BV  zomaar mag laten uitkeren zonder dit op een juiste manier vast te leggen.

Rogier Kemme, Kemmelot Administraties

Geplaatst in Algemeen

De stamrecht BV uit laten keren (deel 1)

Een stamrecht bv hebben is één, maar een stamrecht bv uit laten keren is twee. Bij het uit laten keren van een stamrecht bv spelen drie overwegingen een belangrijke rol:

  1. Wanneer wil ik uit laten keren
  2. Hoe lang wil ik een uitkering genieten
  3. Hoe hoog moet deze uitkering zijn
  4. Welk bedrag kàn ik uit te laten keren

Over punt 4 heb ik het later in een ander blog, ik wil het nu met name over de eerste 3 punten hebben. Want dit zou ik niet alleen laten bepalen door wat er fysiek in de BV aanwezig is aan gelden.

Allereerst wordt dit bepaald door enkele wetten en regels. Zo zijn er 3 soorten uitkeringen:

  1. Overbruggingsuitkering
  2. Tijdelijke uitkering
  3. Levenslange uitkering

De eerste uitkering is een uitkering tot aan AOW-gerechtigde leeftijd. In principe kan dat iedere periode zijn zolang er maar aan de 1% sterftekansregel wordt voldaan (dit houdt in dat de periode waarin je uit laat keren statistisch gezien minimaal 1% kans hebt om te overlijden). Een verder onzinnige regel waar ik hier niet verder over uit zal wijden.

Een tijdelijke uitkering is een uitkering die op AOW-gerechtigde leeftijd ingaat en een vaste einddatum heeft. Bijvoorbeeld van 67 tot 72 jaar.

Een levenslange uitkering is een uitkering die zoals de naam al aangeeft levenslang loopt. Wel is het mogelijk de uitkering op twee personen af te sluiten zodat deze bij overlijden van de hoofdverzekerde voor bijvoorbeeld 70% overgaat op de partner.

Bij uitkeringen 1 en 2 gaat het om een simpele berekening. Er zijn 3 vooraf vast te stellen parameters; de duur, de hoogte en het beschikbare kapitaal. Twee van deze drie dienen als uitgangspunt. Het beschikbare kapitaal gedeeld door de duur bepaalt de hoogte of het beschikbare kapitaal gedeeld door hoogte van de uitkering bepaalt de duur. Bij voldoende aanwezig stamrechtkapitaal kan men echter vooraf volstaan met het bepalen van de hoogte en de duur van de uitkering.

Deze hoogte kan op zijn beurt weer het best worden berekend aan de hand van een financiële analyse. Hieronder ziet u een voorbeeld er van.

Overzicht inkomen stamrechtuitkering 2019-2024

Screenshot 2020-06-03 at 16.11.59

In de berekening wordt meegenomen wat er al is aan inkomen. Zo kunnen er nog inkomsten zijn uit (uitgesteld) dienstverband, of pensioen. Maar ook de AOW kan worden meegenomen. Deze zaken zijn zo belangrijk omdat we in Nederland een progessief belastingstelsel hebben. Wat wil zeggen dat boven een bepaalde grens opeens meer belasting betaald moet worden.

Nu valt dat vóór de AOW-gerechtigde leeftijd nog wel mee maar na AOW-gerechtigde leeftijd vervallen de sociale lasten.

Tabel inkomstenbelasting 2020
Belastingtarief Belastbaar inkomen Percentage
Basistarief t/m € 68.507 37,35%
Toptarief Vanaf € 68.507 49,50%

Boven de belastingschijven tot aan AOW-gerechtigde leeftijd, hieronder die na AOW-gerechtigde leeftijd

Tarieven box 1 AOW-gerechtigden (geboren na 1946) 
Schijf Belastbaar inkomen
Percentage
1 t/m € 34.712 19,45%
2 Vanaf € 34.712 t/m € 68.507 37,35%
3 Vanaf € 68.508 49,50%

Waar zit het grote verschil? Bij de eerste belastingschijf, te weten 17,90%. Belangrijk om hier rekening mee te houden.

Rogier Kemme, Kemmelot Advies

Geplaatst in Algemeen

Een snelle (turbo) liquidatie van uw BV in 2020

turboDe Turboliquidatie: een middel voor veel ondernemers om van een BV af te komen die niet meer in gebruik is.

Hoe gaat het in zijn werk…

Bij een normaal faillissement wordt een curator aangesteld die controleert of de BV in het verleden alles wel “volgens de regels” heeft uitgevoerd. Is dit niet het geval, dan kan de curator achter de directeur groot aandeelhouder (DGA) in persoon aan om verhaal te halen. Dat is in het voordeel van de schuldeisers. Je mag van een curator verwachten (…….) dat hij er alles aan heeft gedaan om het geld veilig te stellen en uiteindelijk terug te krijgen. 

Bij een turboliquidatie is dit niet het geval. Hier is geen curator betrokken bij de gang van zaken. En dus kan een DGA op eigen initiatief beslissen om zijn BV te ontbinden en uit te schrijven bij de KVK. Ondertussen kunnen schulden onbetaald achtergelaten
worden. Dat is in principe prima en de Hoge Raad heeft al eens bepaald dat dit mag. Hiermee wordt een grote ontlasting van de rechtspraak en de curatoren verkregen.

Maar deze vorm van controle heeft ook een keerzijde. Sommige ondernemers maken misbruik van de turboliquidatie door daarvoor eerst al het geld uit de BV weg te sluizen naar gelieerde BV’s of naar zichzelf in privé, en laten eventuele schuldeisers met lege handen achter.

Nieuwe wetten omtrent liquidatie…

Het probleem is niet zozeer dat de turboliquidatie oplichting en fraude in de hand
werkt: een schuldeiser kan altijd nog achter een turbogeliquideerde BV en schuldenaar aan, bijvoorbeeld door de ontbinding te aan te vechten.

De Minister ziet het echter als een gemiste kans om extra waarborgen te stellen aan de beëindiging, en schuldeisers meer handvatten te geven bij het najagen van eventuele claims. Het daadwerkelijke najagen zullen schuldeisers nog altijd zelf moeten doen, veelal door het inschakelen van een advocaat.

De praktijk 

In de praktijk bleek dat schuldeisers dit te weinig doen. Een van de redenen daarvoor is dat de BV opeens is verdwenen en dit de schuldeisers op een tijds- en informatieachterstand zet. Veel ondernemers laten het er dan bij zitten. Om dit te voorkomen wordt vanaf 2020 de opheffing van een BV met een aantal zekerheden  omkleed:
Het bestuur van de BV wordt verplicht tot het opstellen en deponeren van een slotbalans.
De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet
worden gedeponeerd bij het handelsregister. Daarnaast moet er een bestuursverklaring komen met een verklaring waarom baten ontbreken.
Indien van toepassing worden deze stukken vergezeld van een definitieve uitdelingslijst.
Het is aan het bestuur om zorg te dragen voor een algemene bekendmaking van
de ontbinding.
Bij de bekendmaking wordt vermeld dat de slotbalans met de jaarrekening ter
inzage zijn bij het handelsregister.
Tot slot moeten vóór het definitief doorhaling van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over de eerdere boekjaren openbaar worden gemaakt (ontheffing op basis van artikel 2:394 lid 5 BW).

Alle stukken heeft een ondernemer normaal gesproken voorhanden, dus de opheffing
moet ook met deze voorwaarden een redelijk blijven voor ondernemers. Er zal echter wel tijd, geld en moeite, zweet en tranen aan te pas komen.
Niet duidelijk is op welke manier de “Algehele bekendmaking” zal
moeten geschieden. Het is waarschijnlijk dat dit met een advertentie in een dagblad moet.
Wanneer de nieuwe regels ingaan is nog niet bekend, maar dit zal ergens in
2020 zijn. Wil je als ondernemer op de ouderwetse manier van je BV af, dan
kan je dit beter zsm doen voordat de nieuwe regels van kracht zijn.

Liquidatie – wel of niet met een turbo – gewenst? Neem contact op met Kemmelot Administraties & Advies 06-50801487

Geplaatst in Algemeen

Hoeveel is de vermogens-rendementheffing?

Vanaf 1 januari 2018 gaat de vermogensrendementheffing veranderen. Het verschil zit ‘m met name in de tarieven. Bij de berekening blijft men uitgaan van hetzelfde principe:

Men gaat uit van een gemiddeld rendement – of je dat nu wel of niet haalt doet niet ter zake – en daarover betaal je een belasting van 30%. De belastingdruk is dus afhankelijk van de hoogte van de schijven en het gehanteerde rendement.

Vermogensrendementsheffing in 2017

Vermogen tot € 25.000 > vrijgesteld
Vermogen tussen € 25.000 en € 75.000 > fictief rendement 2,871 procent
Vermogen tussen € 75.001 en € 975.000 > fictief rendement 4,6 procent
Vermogen boven € 975.000 > fictief rendement 5,39 procent (laten we verder buiten beschouwing)

Als we hier de belasting van 30% op loslaten wordt deze respectievelijk

  • Vermogen vanaf 25.000 tot 75.000 euro = 0.86% (30% van 2.9%)
  • Vermogen vanaf 75.000 tot 975.000 = 1.38% (30% van 4.6%)
  • Vermogen vanaf 975.000 en hoger = 1.62% (30% van 5.4%)

In 2018 wordt het fictief rendement aangepast alsmede de schijven.

Schijf Uw vermogen Fictief rendement Belastingtarief Heffing
Vrijstelling < 25.000 euro n.v.t. 0% 0%
Schijf 1: 25.001 tot 100.000 euro 2,65% 30% 0,79%
Schijf 2: 100.001 tot 1.000.000 euro 4,52% 30% 1,36%
Schijf 3: >1.000.000 euro 5,38% 30% 1,61%

Het verschil zit ‘m met name in de 1ste schijf deze is verhoogd van 75.000 naar 100.000, en de belastingdruk is van 0,86 naar 0,79% gegaan.

Met name over de bovenste 25.000 euro boven de 75/m scheelt dit belasting, namelijk (1,38 -/- 0,79=) 0,59%, wat neerkomt op 147,50 euro.

Rogier Kemme

Stamrecht bv specialist

06-50801487

Geplaatst in Algemeen

Wel of niet beleggen in privé of BV

lenen aan jezelfU heeft een (stamrecht) bv met daarin – hopelijk – vermogen. Als u dit vermogen belegt betaalt u over het rendement belasting. Maar ook als u privé belegt betaalt u waarschijnlijk een heffing. Waar betaalt u nou wat en wat is eigenlijk aantrekkelijker, beleggen in de BV of in privé? Ook als u alleen privé of alleen geld in de BV heeft is dit belangrijk om te weten, u kunt namelijk ook lenen aan of uit de bv.

Wat is het verschil tussen beleggen binnen uw bv of in privé. Als u in privé belegt moet u dit normaal gesproken in box III aangegeven. In box III heeft u een vrijstelling. In 2017 is deze 25.000 euro per persoon, en bij fiscaal partnerschap 50.000. Echter als u boven deze vrijstelling uitkomt moet u een rendementsheffing betalen van 30% over een fictief door de overheid vastgesteld rendement.

Vroeger was dit fictieve rendement 4% waardoor u 30% over 4% = 1,2% vermogensrendementsheffing betaalde. Nu heeft men de heffing gesplitst:

  • Over uw belastbaar vermogen t/m 75.000 euro, gaat de belastingdienst uit van 2,87 procent rendement.
  • Over het deel tussen 75.000 en 975.000 euro is het fictieve rendement 4,6 procent (boven 975/m laat ik verder buiten beschouwing).

Hierover betaalt u dus 30% belasting. Dat is over de eerste 75/m dus 0,86% en over het merendeel 1,38%. Dit lijkt weinig maar u betaald het zoals gezegd over uw vermogen en niet over de (fictieve) winst. Dus als u een jaar 0 rendement heeft – of zelf een negatief rendement behaalt – betaalt u over uw vermogen alsnog een heffing. U teert in zo een geval naast eventuele inflatie dus in.

Bij een bv is dit anders geregeld. Hier kent men geen vermogensheffing. U betaalt over het daadwerkelijk behaalde rendement, niet over een fictief rendement. Normaal gesproken betaalt u aan vennootschapsbelasting 20%. Als u de genoten winst opneemt als dividend dan betaalt u hierover nog eens 25% dividendbelasting. In dat geval wordt het gewogen tarief van 40% dus (geen 45%!) Behaalt u geen rendement dan betaalt u ook geen belasting. Echter de belasting op de winst is 20%.

En dit is nu net de hefboom. Wat is het meest voordelig: 20% betalen over het behaalde gerealiseerde rendement of 0,86/1,38% over uw vermogen?

Waar hangt dit nu van af? Er zijn 3 belangrijke variabelen:

1. Heeft u vermogen in box III, uw BV of beide
2. Valt uw vermogen (gedeeltelijk) binnen of buiten de vrijstelling van 25.000/50.000
2. Welke rendement verwacht u te behalen

Om het overzichtelijk te houden kies ik er in dit blog voor me te beperken tot twee voorbeelden.
Stel u heeft 75.000 euro in box III. U heeft een vrijstelling van 25.000. Stel dat u deze 25.000 ook het bedrag is dat u liquide wilt aanhouden en niet wilt beleggen. 50.000 euro valt dus in de VRH van 0,86%.
Dit is 430 euro per jaar. Fiscaal is het interessant voor u om dit bedrag in de BV te beleggen als de gecombinnerde heffing in de bv dus minder dan 430 euro zou bedragen.

Dit is het geval als de winst op uw vermogen minder dan 430 / 20% = 2150 euro zou zijn.
Het omslagpunt ligt dus bij 2150 / 50.000 = 4,30% rendement.

Anders wordt het als uw vermogen (aanzienlijk) meer bedraagt. Zou in het bovenstaande voorbeeld het belegt vermogen 300.000 zijn dan geldt: (75.000 * 0,86% =) + (225.000 * 1,38% =) 645 + 3105 = 3750 / 20% = 18.750 / 300.000 = 6,26% rendement.

Is het rendement dus lager dan 6,26% dan had het geld beter in de BV belegt kunnen worden. Heeft u alleen privé geld dan zou u dit geld aan de BV kunnen lenen.

Als u verwacht meer rendement te maken is er ook de omgekeerde mogelijkheid, namelijk dat u geld uit de BV leent om dat in box III te beleggen. Echter dan moet uw wel rekening houden met dat u rente betaald aan uw bv voor het beschikbaar stellen van het geld.

Meer weten? Mail op info@stamrechtbv.net of bel op 020-775 19 88.

Rogier Kemme
stam-recht.nl

Geplaatst in Algemeen, Loon, Stamrecht BV's

Loonadministratie bij stamrecht bv, wat moet u weten…

zak met geldAls u geld op wilt nemen als loon uit de bv kunnen wij dit voor u verzorgen. Hiervoor dienen dan wel een aantal zaken vooraf te worden geregeld. U kunt dus niet zomaar geld opnemen en een bepaald percentage daarvan overmaken naar de belastingdienst (dat kan wel, maar dat heeft niet het gewenste resultaat;-).

Allereerst dient u (bijvoorbeeld aan ons) aan te geven welk bedrag u vanaf welke datum wilt ontvangen.
Daarbij moet u rekening houden met (1) hoeveel geld er in uw bv aanwezig is, (2) welk bedrag u (netto) wilt ontvangen en voor welke periode u dit wilt ontvangen. Het kan namelijk zo zijn dat de ene variabele betrekking heeft op de andere variabele.

Stel bijvoorbeeld dat u per maand bruto 2000 euro aan uitkering wilt ontvangen voor een periode van 3 jaar. Dan moet daar voldoende geld in de bv voor aanwezig zijn. Als we de actuariële berekening en rente buiten beschouwing laten komt het totaal van deze uitkeringen op 2000 * 12 maanden * 3 jaar = 72.000 uit. Als in de bv bijvoorbeeld maar 50.000 aanwezig is zal deze niet de gehele 3 jaar kunnen uitkeren.

Daarnaast moet u rekening houden met de fiscale regels omtrent lijfrente-uitkeringen. Zo moet u een minimale periode uitkeren. Deze periode is afhankelijk van uw leeftijd. De periode staat gelijk aan dat uw statistisch van 1% kans op overlijden (ja, u leest het goed). Dus bent u bijvoorbeeld 50 jaar oud dan overlijdt volgens de statistieken 1% van uw leeftijdgenoten in de aankomende 3 jaar en 2 maanden. Zodoende moet u een uitkering die ingaat op uw 50ste minimaal 3 jaar en 2 maanden laten doorlopen.

Overigens zijn er wel wat onsnappingsmogelijkheden. Zo kunt u vanuit de bv een hoog/laag-constructie aangaan. Het gaat te ver om daar verder hier uitgebreid op in te gaan.

Wat van belang is is dat de uitkering wordt vastgelegd in een actuariële berekening. Deze wordt opgemaakt door een actuaris. Naast de actuariële berekening dient er ook een aanvullende stamrechtovereenkomst op te worden gemaakt. Dit omdat in de initiële stamrechtovereenkomst waarschijnlijk een uitgestelde stamrechtovereenkomst is. Dit houdt in dat u bij het aangaan van de stamrecht bv, en het overhevelen van de ontslagvergoeding in de stamrecht bv, nog niet hebt vastgelegd wanneer u een uitkering uit deze bv wilt genieten.

Nadat beide documenten zijn opgemaakt – en door u zijn goedgekeurd –  moet er een loonheffingsnummer worden aangevraagd bij de belastingdienst. Let wel: dit kan lang duren. Meestal 8 weken, maar langer is geen uitzondering. Zorg dus dat u tijdig aan ons de gewenste loonuitkering aanvraagt/doorgeeft. Als wij het loonheffingsnummer voor u aanvragen dient er namelijk gelijk aangegeven te worden wanneer het loon in dient te gaan. Vanaf die datum dient er ook aangifte te worden gedaan en het bedrag aan loonheffing te worden overgemaakt aan de fiscus. Wordt dit niet uiterlijk 1 maand na ingang van de loonuitkering gedaan dan volgt er een boete.

Als het loonheffingsnummer bij ons bekend is sturen wij u de salarisspecificatie en de aangifte loonheffing. De salarisspecificatie is de eigenlijk loonstrook. Hierop staat het bruto bedrag,  de inhoudingen loonheffing en zorgverzekeringswet (zvw) en het netto bedrag wat u zelf mag opnemen uit de bv. Op de salarisspecificatie staat het bedrag dat u mag overmaken naar de belastingdienst alsmede het rekeningnummer. De loonuitkering loopt nu….

Zijn er vragen, mail gerust!

rogier@kemmelot.nl

 

 

Geplaatst in Algemeen

Veilig lenen uit uw BV

zak met geld Er is bij veel mensen nog steeds onduidelijkheid over wat de voorwaarden zijn om te kunnen lenen uit de je bv.
In principe mag je altijd lenen uit je bv, tenzij er natuurlijk geen geld meer in je bv zit. Waar het echter om gaat is dat als je leent uit een bv je netto geld haalt uit een pot waar ‘bruto’ geld in zit. Oftewel, over het geld wat in de (stamrecht) bv zit dient nog belasting afgedragen te worden. Het lenen uit een bv verandert ook niets aan de uiteindelijk te betalen inkomstenbelasting door de bv.
De lening dient dus normaal gesproken terugbetaalt te worden, zodat de bv de belasting uiteindelijk – wanneer dat ook is – kan afdragen. Ik zeg ‘normaal gesproken’ omdat het bijvoorbeeld bij liquidaties mogelijk is een lopende lening te verrekenen met de af te dragen belasting.

Als je een lening aangaat dienen er drie belangrijke zaken in acht te nemen.

1. Er dienen ‘zakelijke voorwaarden’ te zijn overeengekomen.
2. Er dient een deugdelijke leenovereenkomst met deze voorwaarden aanwezig te zijn
3. Je dient je aan deze afspraken in de leenovereenkomst te houden

Laten we deze punten even kort behandelen.

1. ‘Zakelijke voorwaarden’ houdt in dat het zowel vanuit het oogpunt van de bv interessant moet zijn als vanuit het standpunt van de schuldenaar. Dat niet alleen, de afspraken dienen ook marktconform te zijn. Dan kan betrekking hebben op de rente(-vastperiode), looptijd, aflossing en zekerheidstelling (verpanding).
Als u bijvoorbeeld een rente afspreekt van 0% is dit voor u als schuldenaar misschien interessant, maar de bv heeft er niets aan. Als u 10% rente afspreekt is dat prettig voor de bv, maar het kan ook prettig voor u zijn als u de rente bijvoorbeeld zakelijk of privé kunt aftrekken. Echter omdat 10% een niet marktconforme rente is, zal de fiscus dit waarschijnlijk toch afkeuren. Het gaat te ver om hier nu een heel verhaal te houden over welke rentes wel en niet gangbaar zijn. Dit geldt voor alle afspraken in de leenovereenkomst. Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij overlijden of niet tijdig terugbetalen? Wat is de boete, wanneer wordt er opgeëist, etc. Indien u hierover advies wilt, kunt u altijd een keer op kantoor afspreken of ons een mail sturen.

2. Alle afspraken dienen opgenomen te worden in een leenovereenkomst. Wij hebben door de belastingdienst goedgekeurde leenovereenkomsten. Wij adviseren u om niet zelf een leenovereenkomst te maken zonder zeker te weten dat deze aan de regels van de fiscus voldoet.

3. Het laatste punt is misschien wel het allerbelangrijkste: papier is tenslotte geduldig. U kunt de meest prachtige dingen overeenkomen maar u dient ze ook na te komen. Het gaat hier met name om de betaling van de rente en aflossing. Staat er in de leenovereenkomst dat u aan het eind van het jaar een aflossing zult doen, doe dit dan ook. Krijgt u controle en blijkt dat u uw rente of aflossing niet (meer) betaalt, dan zou u zomaar een probleem met de fiscus kunnen krijgen.

Dienen deze regels altijd in acht genomen te worden bij een lening? Niet altijd. Als u een bedrag voor een kortere periode (< 1 jaar) opneemt en de rekening van de bv eigenlijk gebruikt als een rekening courant dan hoeft u geen rente te betalen. Enige voorwaarde is dat u binnen de 17,5/m euro blijft en zoals gezegd het geleende bedrag niet voor langere termijn uit laat staan.

Rogier Kemme
Kemmelot Administraties